De vink

Gepubliceerd op 10 januari 2026 om 12:37

Velen van ons zullen ergens in hun leven op het vinkentouw hebben gezeten; zij wachtten ongeduldig en gespannen op de gelegenheid om toe te slaan. Echter: Waarom heet een dergelijke toestand 'op het vinkentouw zitten'? Wat is een vinkentouw eigenlijk?

Tijd om hier eens dieper op in te gaan.

Het vinkentouw was onderdeel van de vinkenslag (in feite een groot net) en middels het trekken aan de vinkentouwen klapte het net dicht over een oppervlakte die de vinkenbaan werd genoemd. Wie op (lees: aan) het vinkentouw zat, wachtte dus letterlijk op het moment om het net dicht te trekken en de geliefde buit te vangen.

N.B. In Gilze is tot op de dag van vandaag een straat die 'Vinkenbaan' heet en in Hilvarenbeek ligt ‘Vinkenslag’.

Waarom ving men eigenlijk vinken?

Allereerst omdat vinken, zoals veel zangvogels tussen de 17e en de 19e eeuw, als een lekkernij werden beschouwd. Zij werden gevangen, geplukt en aan het spit geregen en zo aan boeren, burgers en buitenlui (en vooral ook adel) aangeboden als versnapering. De blinde vink (het vleesgerecht) dat wij nu nog kennen vertoont overeenkomsten met de aaneen geregen vinken, alleen had het vleesgerecht geen oogjes (zoals de vogeltjes) en kreeg daarom de duiding 'blinde' vink.

Er bestonden in vroeger tijd ook echte blinde vinken en ook dat kwam door toedoen van de mens. Men ving namelijk ook vinken om er zangwedstrijden mee te houden en volgens het volksgeloof kon een vink beter zingen als hij blind was; alle aandacht zou immers naar de zang gaan zonder dat het onfortuinlijke vogeltje afleiding vond in iets dat hij waarnam. Vanuit deze dwaze gedachte ontstond de wreedheid om een dunne ijzerdraad in het vuur heet te maken en er vervolgens de oogleden van de vinken mee dicht te schroeien. Vogelhandelaren die het allemaal niet zo nauw namen met deze toch reeds wrede gang van zaken, staken de vogeltjes net zo makkelijk te ogen uit of brandden ze weg met dezelfde ijzerdraad. Ongetwijfeld leidde dit meer dan eens tot zoveel stress en pijn dat het vinkje meteen overging tot zijn zwanenzang; niet echt het wijsje waar men op zat te wachten.

Tegenwoordig houden we ons gelukkig niet meer bezig met dergelijke gruwzame praktijken en roemen we de vink om zijn zang en de kleuren van het mannetje met zijn opvallend blauwgrijs 'petje', oranjerode borst en de twee kenmerkende witte vleugelstrepen. Ook op Recreatiepark de Lork is de vink alom vertegenwoordigd. Het vrouwtje van de vink is soms niet goed te onderscheiden van het vrouwtje van de huismus, maar die twee witte strepen geven haar, bij nadere inspectie, onmiddellijk weg. Een handig weetje in het vrije veld of park.

Op de lange lijst broedvogels die Recreatiepark de Lork rijk is willen we haar graag toevoegen en geenszins, alhoewel dit in de lijn van deze tekst zou passen, afvinken.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.