Thierry's Bio Blog 

De lariks

Recreatiepark de Lork is genoemd naar de boom die veelvuldig groeit op het park: de Europese lariks. Een lariks is een conifeer. Nu zult u denken: Een conifeer is toch iets heel anders, in gedachten bij coniferenhagen. Ik leg het uit: Conifeer betekent niets anders dan ‘kegeldrager’. Alle naaldbomen dragen kegels, denk aan dennenappels, sparappels, maar ook de lariks heeft kegels. En de coniferen die we kennen, niet met echte naalden, dragen ook kleine kegelvruchten. Conifeer is de overkoepelende naam voor naaldbomen (dennen, sparren, lariksen en cipressen), coniferen zoals wij ze doorgaans kennen en ook de jeneverbes.Normaliter duiden we hout van naaldbomen aan met de term zacht hout. Het hout van de lariks echter is het hardste ‘zacht hout’. Larikshout is veel duurzamer dan grenen (hout van dennen) en vuren (hout van sparren). Nu kennen we de boom lariks ook onder een andere naam, vooral in Vlaanderen gebezigd: de lork. Het is nog steeds niet helemaal helder waar de naam precies vandaan komt, maar er zijn grote overeenkomsten tussen het woord lork en ‘lark’, het Engelse woord voor leeuwerik. In 17e-eeuwse geschriften vinden we de naam ‘leeuwerkenboom’ voor lariks. Het kan dus goed zijn dat de lariks een leeuwerikenboom is. We hebben het hier dan niet over de veldleeuwerik, maar over de boomleeuwerik, waarvan we weten dat deze zich voedt, onder andere, met de zaden van naaldbomen; ze peuteren de zaadjes uit de kegels van dennen en lorken.De Europese lariks komt oorspronkelijk uit het gebied rond de Alpen. Daar werd de boom vereerd. Het volksgeloof was zo sterk dat men dacht dat wie een tak van de boom afsneed, ook zelf een bloedende wond zou krijgen die niet zou genezen voor de gekwetste tak genezen was. Afblijven dus was de boodschap. Veel boerderijen plantten een boom vlakbij de hofstede. De gedachte was dat er vriendelijke boomgeesten in de lariks leefden, die, gunstig gestemd, zouden helpen bij klussen rond de boerderij en boze toverkollen zouden weren. De feeën uit de bergen kwamen er dansen bij de lariksen. Dood hout dat in de open haard belandde zou door haar rook negatieve geesten op afstand houden. Al bij al een boom die werd gekoesterd. En nog immer, want uit de bast van de lariks wordt terpentijn gewonnen. Ieder van u die zich graag uit op artistieke wijze met de kwast, het doek en olieverf, weet wat terpentijn is. Het is een oplosmiddel dat olieverf verdunt. De meeste terpentijn wordt gewonnen uit de bast van dennen, maar uit de bast van de lariks komt het zogeheten Venetiaanse terpentijn. Het product werd niet vervaardigd in Venetië, maar vanuit Venetië werd terpentijn gedistribueerd naar allerlei apotheken in Europa. In ons land is de Europese lariks een sierboom. Vooral het kleuren van de groene naalden naar gele naalden in de herfst is een prachtig gezicht. Daarna laat de boom zijn naalden vallen. De prachtige bomen kunnen wel een metertje of dertig hoog worden en ze zijn op sommige plekken op ons park reeds goed op weg nietwaar? Vaak vallen Europese lariksen ten prooi aan lariksenkanker en sterven dan. De Japanse lariks is veel beter bestand tegen genoemde ziekte, dus die we vaker dan de Europese variant. Gelukkig herbergt Recreatiepark de Lork nog prachtexemplaren. Waarschijnlijk bent u er, net als ik trouwens, al zeer vaak langs gelopen, niet beseffende wat hun voorgeschiedenis is. Nu is het nog winter, maar straks als zij nieuwe vruchten gaan vormen, laat dan de leeuweriken maar komen!

Lees meer »

De steenmarter

Het fluwijn. Het is een oude benaming voor een roofdier dat we aantroffen op Recreatiepark de Lork. Genoemd naar het oud-franse woord voor beuk (fau) was zij in wezen eerst de ‘beukmarter’. Omdat het dier, anders dan de boommarter de voorkeur geeft aan een rotsachtige omgeving, wat in ons land te vinden is in bebouwing, kreeg zij uiteindelijk de naam steenmarter.De steenmarter is een opportunist die zo’n beetje alles rooft wat er beschikbaar is op dat moment: eieren, jonge vogels, ratten en muizen, maar ook net zo lief insecten, wormen, fruit en bessen. Vroeger werd deze marterachtige fel bejaagd, omdat het dier schade berokkende aan houders van pluimvee, zoals duiven en kippen en ook tamme konijnen werden gegrepen. De jacht mag allang niet meer; de steenmarter is inmiddels een strikt beschermde soort in ons land. Deze bescherming geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Dus ook in de bossen, waar Recreatiepark de Lork ligt, tussen twee Natura 2000 gebieden in (de Oisterwijkse Bossen en Vennen en de Kampina). Die bescherming houdt in dat het dier niet alleen niet gedood mag worden, maar ook niet verstoord. Ook haar leefgebied geniet bescherming; haar jachtgebied en de plekken waar zij zich voortplant en waar zij overdag uitrust zijn beschermd. Op papier.Op Recreatiepark de Lork gaat de verkaveling inmiddels gewoon door. Zware machines dreunen percelen leeg en plat, Tegels, funderingen en elektriciteitsdraden worden aangevoerd, in- en uitgegraven en bomen die ‘in de weg staan’ worden rücksichtslos gekapt, met het nodige geweld en lawaai. Of bomen slaapbomen zijn voor de steenmarter, of het gebied beschermd dient te worden, of prooidieren van de steenmarter voorgoed verjaagd worden; voor dat alles is geen oog. De modernisering van het Recreatiepark moet door, het grote geld stroomt sneller dan de Rosep en de Esschestroom bij elkaar, tussen twee stiltegebieden dreunt de zware stem van een ander roofdier, dat boogt op zijn inspanningen om het ‘diepe zakkenwezen’ van de Rode Lijst af te krijgen en noemt dát zijn bijdrage aan de biodiversiteit. En in de gemeentelijke archiefkast ligt de Omgevingswet te verstoffen. Ondertussen wel netjes omgezet naar een digitale versie die ook niet gebruikt wordt. Waarom zou je ook? De wereld lijkt helemaal ingericht voor de mens die wel in de natuur wil recreëren, maar niet met diezelfde natuur wil meedenken. Geweren zijn pennen geworden, klemmen werden privaatkwesties. Het grootste roofdier bepaalt en dat is de steenmarter allang niet meer. Zij is een weg te jagen plaag geworden, die heerlijke zolders van houten chalets verruild ziet worden met onneembare kunststof vestingen, waarbinnen de nieuwe ‘natuurmens’ zit te genieten van de plastic rozen op het aanrecht naast de Quookerkraan. Op de oprit staat de SUV met stroomstootplaatjes in de motorruimte om het vehikel steenmarterproof te maken.Buiten trippelt het fluwijn langs kuilen en kaalheid. Een blikje vis, opgehangen om het dier te verlokken om voor de cameralens te verschijnen, heeft prijs. Het sierlijke dier poseert even, richt zich op als de kroonprins van lange vervlogen dynastieën en verdwijnt dan in de Oisterwijkse nacht.Edoch, er zijn mensen die dromen. Die vasthouden aan waarden, natuurwaarden maar ook eigenwaarde. Men kan zich geen natuurmens noemen door slechts de natuur naar de eigen hand te zetten en het ego ongemoeid te laten of nog erger: op een voetstuk te plaatsen.Het was vorig jaar een zogeheten mastjaar, een jaar waarin notenbomen en eiken meer dan gemiddeld vrucht dragen. De steenmarter heeft geen moeite om zijn buikje te vullen, beukennootjes in overvloed. Helaas zijn er ook meer eikels dan gewoonlijk. Eikels die wortel schieten daar, waar leemtes ontstaan. Of beter: daar waar zij leemtes laten ontstaan. Helemaal roofdierproof worden we nooit of de Omgevingswet moet zich ooit daadwerkelijk gaan inzetten voor datgene waaraan zij haar bestaansrecht ontleent: de natuurlijke omgeving. Wanneer is het té laat?

Lees meer »

De sleedoorn

In de winter is veel leven tot een halt gekomen. Sapstromen staan stil en veel planten zijn afgestorven. Hier worden veel mensen niet vrolijk van en naarstig zien zij uit naar de eerste lentebloesems. En één van de struiken die prachtige witte bloesems dragen, vinden we terug op Recreatiepark de Lork: de sleedoorn.Het woord 'slee' in sleedoorn heeft niets te maken met een slee zoals we daarmee over de sneeuw glijden. 'Slee' betekent zoveel als wrang of letterlijk: de tanden stroef makend. En het is waar: de vruchten van de sleedoorn smaken uiterst zuur en hebben hieraan hun bijnaam 'trekkebek' te danken. Wie zomaar uit het vuistje sleedoornbessen eet die zal heel wat gekke bekken trekken; zo zuur heeft men zelden gegeten. Maar er is hoop en deze ligt in de nachtvorst. Vrieskou maakt de bessen zoeter en na de eerste vorst kan men de bessen oogsten en gebruiken in onder andere wijn, sap en jam.Het hout van de sleedoorn is uitermate geschikt om er wandelstokken van te maken en ook de doorns kenden vroeger een paar toepassingen. Zo werden ze gebruikt in de schoenennijverheid; de stevige doorns dienden als natuurlijk spijkers om zolen op schoeisel vast te maken. Maar ook slagers maakten gebruik van de doorns van de sleedoorn en dan vooral bij het worsten maken. Als de varkensdarm volgestopt was met allerlei stukken vlees (meestal delen van het varken die over waren, zoals gemalen restvlees en dierlijk vet) dan moest de worst dicht gestoken worden en dat gebeurde met de doorns van de sleedoorn. Daarna kon men de worst gemakkelijk dichtknopen.Zoals al gezegd draagt de sleedoorn prachtige witte bloesems. Daar ligt een sage aan ten grondslag:

Lees meer »

De distelvink

We gaan we het vandaag hebben over de distelvink. Deze vinkachtige is te herkennen aan de zwart-witte kop met rood gezicht en de opvallend gele strepen op de zwarte vleugels.De meesten van u kennen de distelvink onder zijn andere naam: de putter. De vogel verkreeg deze naam omdat zij, eenmaal tot kooivogel gemaakt, een trucje kon leren, waarbij het een touwtje met hieraan een 'emmertje' (meestal een vingerhoedje) omhoog kon halen en zo dus water putte, zoals wij water uit een waterput halen. De vogel die het meeste water kon verplaatsen was het mannetje. Later werd putten een synoniem van stevig drinken en de grootste drinkebroer werd toepasselijk 'mannetjesputter' genoemd. Dit woord heeft de tand des tijds doorstaan.De putter werd in vroeger tijden veelvuldig afgebeeld op religieuze, katholieke schilderijen aan de zijde of zelfs in de handen van Jezus of Maria. Dat heeft een oorsprong en wel deze: Volgens de mare was de putter betrokken bij het Lijden van Jezus. Toen Hij het kruis droeg, landde het vogeltje op Zijn voorhoofd en trachtte, vol compassie, de doornen (van de doornenkroon) uit de gekwelde huid van de Heiland te pikken. Terwijl de putter dit nobele werk verrichtte, kwam het bloed van Jezus op zijn gelaat terecht en het is daar sindsdien altijd gebleven.Ditzelfde verhaal wordt overigens ook verteld over het roodborstje, maar de keuze voor de putter is zo gek nog niet: het Hebreeuws kent geen echt onderscheid tussen de woorden 'distel' en 'doorn' en de putter is de distelvink, dus voor de begrippen toen ook gelijk de 'doornenvink'. Hiermede werd de putter een symbool voor de Passie en de kruisiging.Een andere reden om Jezus af te beelden met een putter school in het feit dat in de dertiende eeuw een verschuiving plaatsvond binnen de katholieke kerk. Daarvoor werd Jezus als kind afgebeeld met een rol perkament, als Schriftgeleerde. In de dertiende eeuw wilde men het Kind meer echt kind laten zijn en een kind loopt niet rond met rollen perkament, een kind loopt rond met speelgoed en kleine kooivogeltjes, zoals onder andere de putter, waren in die tijd een geliefd 'speelgoed' van kinderen. Bovendien verschilt het Italiaanse woord voor perkament (cartellino) maar één letter met het Italiaanse woord voor putter (cardellino), dus die omslag was snel gemaakt. Italië was met hoofdstad Rome en het Vaticaan leidend in die tijd in de kunst en de religie.Bij ons is de distelvink het hele jaar te zien, zo ook op Recreatiepark de Lork. De vogel trekt ook en grote groepen komen des winters onze kant op. Er zijn heden ten dage veel meer putters dan vroeger. Het succes van putters hangt nauw samen met het gemeentelijk maaibeleid. In de winter zijn het vooral de zaden van de els die door de vogels worden gegeten. Zolang de gemeente er voor kiest om dan de elzen niet te snoeien, wacht de putters een waar feestmaal. Ook uitgebloeide distelsoorten dragen zaden en uiteraard zijn de distelvinken hiervoor te porren. Tegenwoordig echter wordt er een veel te intensief maaibeleid toegepast, onder andere in natuurgebieden. Het is te hopen dat hier voldoende aandacht voor komt. De vogel die zo onbaatzuchtig onze Heiland hielp in Zijn Lijden verdient zelf het lijden ook niet. Een chaletpark vol kwinkelerende puttertjes is een plek om moed en hoop uit te putten.

Lees meer »

Winterpostelein

Veel gewassen waaraan de mensen in de Oudheid en ook in de Middeleeuwen hun buikje rond aten, zijn in de vergetelheid geraakt doordat andere gewassen een hogere productie opleverden. De bij veel mensen populaire spinazie heeft een ander, eens razend populair gewas bijna van de kaart geveegd: Winterpostelein. Dat is jammer, want winterpostelein is erg gezond en bevat veel vitamine C, ijzer en Omega 3 vetzuren (onverzadigde vetzuren die essentieel voor ons zijn maar niet door het menselijk lichaam gemaakt worden. Wij moeten hen dus binnenkrijgen via onze voeding). Winterpostelein heeft een plus boven spinazie en veel andere bladgroenten: Zij groeit in de winter gewoon door; andere gewassen schitteren in de koude periode door afwezigheid.

Lees meer »

De kraai

Er zal geen vogel zijn die meer onbegrip en walging ten deel valt dan de kraai. Niet geheel onterecht: Kraaien zijn aasvogels bij uitstek die in vroeger tijden lijken opaten op het slagveld. Leefde je nog, maar kon je niet bewegen door zwaardhouwen die tot een behoorlijk bloedverlies hadden geleid, dan moest je vrezen dat de meedogenloze zwarte vlerken je de ogen uitpikten om daarna te beginnen aan de rest.

Lees meer »

De klimop

Op Recreatiepark de Lork groeit een plant die we allemaal kennen. We genieten van zijn altijd groen blijvende blad en de bijen genieten van zijn nectar; de plant draagt nog bloemen als alle andere bloesems en kruiden uitgebloeid zijn. De plant groeit ook graag tegen chalets en maakt daar korte metten met niet goed bevestigde dakgoten, door er dwars doorheen te kruipen. Het is vaak nog een hels karwei om de plant terdege te verwijderen en je blijft zijn sporen (van klimwortels) lange tijd zien op de muur: Klimop.

Lees meer »

De spitsmuis

Er leeft een eigenaardig diertje op Recreatiepark de Lork. Als je er van een afstandje naar kijkt dan denk je: Hee, een muis. Maar het is geen muis, het is zelfs geen familie van de muis, dus geen knaagdier. Als we iets dichterbij komen zien we een spitse snuit, bijna een soort slurfje. Het beestje lijkt een beetje op een kruising tussen een egel en een mol. Dat is niet verwonderlijk, want van beide dieren is het beestje familie. We hebben te maken met een spitsmuis, die ondanks haar naam, niets met een echte muis van doen heeft.

Lees meer »

De merel

Recreatiepark de Lork is als een sprookjesboek met even zovele verhalen als personages. Eén lid van de bonte verzameling figuren van het park is een minstreel, een troubadour wiens lied wij vol verrukking aanhoren in de lente en vreselijk missen in de koude periode. Als wij bibberend in ons bedje met onze sokken zo dicht mogelijk bij de kruik gaan liggen, dromen wij van zijn jubelende aanwezigheid boven op het dakgebint. Wat zou het fijn zijn om dat geluid weer te horen uit die felle gele snavel die zingt over de ontluikende lente en de nakende knuffeltijd der vogels. Ik heb het uiteraard over die onopvallende vogel om te zien, maar met een zilveren zang: de merel.

Lees meer »

De Turkse tortel

We gaan op reis. Niet letterlijk, maar zittend op een bankje in de zon op Recreatiepark de Lork dromen we even weg en komen terecht in een groot prachtig land met een rijke geschiedenis. Het land dat de op één na oudste stad ter wereld heeft (ruim achtduizend jaar oud is de stad Çatalhöyük maar liefst). Het land waar aartsvader Abraham geboren is. Het land waar Alexander de Grote zijn imperium opbouwde. Het land van sultans en moskeeën, van börek en baklava, waar de witte afnemende maan en de eveneens witte vijfpuntige ster de rode vlag sieren: Turkije. De Turken zijn van oudsher een intelligent, gastvrij en hardwerkend handelsvolk. Stelt u zich een markt voor rond het jaar 1900, vol kleurige gewaden, manden vol dadels en vijgen en een grote bedrijvigheid van handelaren en potentiële klanten. Ergens in die wirwar hipt een vogel rond. Deze vogel is nu, ruim honderd jaar later een vaste waarde op ons chaletpark. Een echte Turk en hij heeft zelfs zijn afkomst in zijn naam behouden: de Turkse tortel.

Lees meer »

De groenling

Niet zo ver hiervandaan, in de Brabantse Kempen, leeft de dorenkneuter. Dit is een vogeltje ter grootte van een huismus, dat leeft van rozenbottels die het vindt tussen doornige struiken, vandaar zijn naam. De vogel beperkt zijn leefgebied echter niet tot de Kempen; ook op Recreatiepark de Lork laat hij zich regelmatig zien. Wij kennen hem onder een andere naam, die hij dankt aan zijn opvallende olijfgroene kleur: de groenling.

Lees meer »

De vink

Velen van ons zullen ergens in hun leven op het vinkentouw hebben gezeten; zij wachtten ongeduldig en gespannen op de gelegenheid om toe te slaan. Echter: Waarom heet een dergelijke toestand 'op het vinkentouw zitten'? Wat is een vinkentouw eigenlijk?

Lees meer »

Gespot op je perceel of op het park? 

Lever je foto aan op de chat of via de mail en we plaatsen ze hier om te laten zien welke biodiversiteit er op ons park te beleven is.

Vermeld ook even je naam en je P nummer. 

Rating: 4 sterren
9 stemmen