We gaan op reis. Niet letterlijk, maar zittend op een bankje in de zon op Recreatiepark de Lork dromen we even weg en komen terecht in een groot prachtig land met een rijke geschiedenis. Het land dat de op één na oudste stad ter wereld heeft (ruim achtduizend jaar oud is de stad Çatalhöyük maar liefst). Het land waar aartsvader Abraham geboren is. Het land waar Alexander de Grote zijn imperium opbouwde. Het land van sultans en moskeeën, van börek en baklava, waar de witte afnemende maan en de eveneens witte vijfpuntige ster de rode vlag sieren: Turkije. De Turken zijn van oudsher een intelligent, gastvrij en hardwerkend handelsvolk. Stelt u zich een markt voor rond het jaar 1900, vol kleurige gewaden, manden vol dadels en vijgen en een grote bedrijvigheid van handelaren en potentiële klanten. Ergens in die wirwar hipt een vogel rond. Deze vogel is nu, ruim honderd jaar later een vaste waarde op ons chaletpark. Een echte Turk en hij heeft zelfs zijn afkomst in zijn naam behouden: de Turkse tortel.
Tortelen betekent zoveel als verliefd kirren, het geluid dat het duifje maakt als zij een stoere doffer ziet, met wie ze wel een nestje wil bouwen. Zelfs in ons moderne taalgebruik zeggen we nog over een pas verliefd stelletje: “Kijk daar die tortelduifjes”. Of als verliefden heftig staan te tongzoenen: “Is ze nog zo jong, dat ze nog uit de krop gevoederd moet worden?” slaande op de gewoonte van duiven om hun jongen voedsel aan te bieden via de krop, een verbreed gedeeld in de slokdarm waarin zich half verteerd voedsel bevindt.
Rond 1900 had de Turkse tortel het op zijn heupen. Er waren inmiddels zoveel tortelduiven in Turkije, dat het tijd werd om nieuwe gebieden te verkennen en te bevolken. Pas in 1950 vestigde zich het eerste broedend paartje in Nederland. Dat was toen zo speciaal dat hele busladingen vogelliefhebbers hiernaar kwamen kijken. We zijn nu bijna zeventig jaar verder en thans kent ons land rond de honderdvijftigduizend broedparen. De Turkse tortel is zelfs gewoner dan de huismus geworden. De duif heeft, afwijkend van de vlag van zijn thuisland, geen witte edoch een zwarte halve maan in de hals. De maan bepaalt de islamitische kalender; elke nieuwe maan markeert het begin van een nieuwe maand.
Vergeleken bij onze andere duiven: de plompe houtduif, de bangelijke holenduif, de zeldzame zomertortel en de brutale stadsduif (feitelijk een rotsduif) is de Turkse tortel een zachtaardig verschijning. Ergens tussen zacht beige en grijs is hij sierlijk en toch eenvoudig. Een echte Turk, die niet schroomt om eigen wegen te gaan en hierbij zijn waardigheid te behouden. De Turkse tortel heeft zonder het te beseffen ook de ster meegenomen naar hier om deze eenvoudige reden: hij is zelf een ster in een groene oase vol wonderlijke organismen die 'Chaletpark de Lork' heet.
Reactie plaatsen
Reacties