De merel

Gepubliceerd op 19 januari 2026 om 12:37

Recreatiepark de Lork is als een sprookjesboek met even zovele verhalen als personages. Eén lid van de bonte verzameling figuren van het park is een minstreel, een troubadour wiens lied wij vol verrukking aanhoren in de lente en vreselijk missen in de koude periode. Als wij bibberend in ons bedje met onze sokken zo dicht mogelijk bij de kruik gaan liggen, dromen wij van zijn jubelende aanwezigheid boven op het dakgebint. Wat zou het fijn zijn om dat geluid weer te horen uit die felle gele snavel die zingt over de ontluikende lente en de nakende knuffeltijd der vogels. Ik heb het uiteraard over die onopvallende vogel om te zien, maar met een zilveren zang: de merel.

Deze vogel werd in vroeger tijden de zwarte lijster genoemd. Deze naam is nog zo gek niet, daar de merel inderdaad een soort lijster is. Met de naam 'merel' is iets raars aan de hand. De merel deelt zijn oorspronkelijke Latijnse naam 'merula' namelijk met een zeevis. 'Merula' betekent zoveel als onvermengd, wat uitgelegd kan worden als kleurloos. Zwart is officieel geen echte kleur en haar tegenhanger wit ook niet. De merel (het mannetje) is zwart en de zeevis met dezelfde naam (de wijting) is wit. Beide kleurloos dus, maar verder is er geen overeenkomst tussen deze soorten.

Rond het jaar 1900 stond er in de biologieboekjes van de kinderen op de lagere school: “De merel isch enen schuwen boschvogel”. Nu is de merel de talrijkste broedvogel van ons land. Het kan verkeren nietwaar?

De laatste jaren hebben merels echter een groot probleem. Vanuit Afrika is het zogeheten Usutu-virus overgewaaid naar onze streken. Dit virus, genoemd naar de rivier Usutu in Swaziland, wordt overgebracht door steekmuggen. Zij vallen de merels aan juist in de periode dat de vogels gaan ruien. Zij vervangen dan hun veren en de muggen kunnen zo heel gemakkelijk bij kale plekken op de huid van de merels. Uiteraard weten de muggen niets van de dodelijke inhoud van hun lijfjes en willen enkel wat bloed van de merels hebben om hun eigen kroost mee te voeden. Het gevolg is wel dat we in 2018 de helft van onze merels verloren aan deze 'killer'. Veertien jaar geleden was het virus nog niet in ons land maar wel al bij onze oosterburen, met als gevolg dat er ruim driehonderdduizend merels stierven in Duitsland.

We kunnen nu nog niet inschatten of merels in de toekomst weerbaarder worden tegen het virus. Laten we het hopen. We houden namelijk zoveel van merels, dat wij zelfs haar naam af en toe aan onze dochters geven. Dat is een hele eer die niet elke vogel ten beurt valt, ik bedoel: Niemand noemt zijn kind Graspieper, Slobeend of Klapekster. De mees komt overigens ook in de namenlijst voor, maar dan voor jongetjes.

In Engeland staat de merel tot op de dag van vandaag op het menu en wordt verwerkt in zogeheten 'Blach bird stew' (merelstoofpot). Hiervoor moeten merels gevangen worden en dat is niet zonder risico. Merels komen namelijk vaak in groepen voor en als een exemplaar aangevallen wordt, dan kan zich weleens de heel groep tegen je keren. Heeft u de film 'The Birds' van Alfred Hitchcock gezien? Een troep opgewonden merels op je dak is beslist geen pretje. En waarom zou je eraan beginnen? Wie eet er nu stoofpot van minstrelen?

De merels van Recreatiepark de Lork doen zich tegoed aan bessen en zaden en pikken op de aangelegde gazons in onze tuintjes naar wormen en emelten (larven van de langpootmug). Een heerlijk vertrouwd gezicht dat wij allemaal al vele jaren op het netvlies hebben staan. Laat ons hopen dat dit beeld niet verdwijnt. Het woord is aan de merel nu. Kleurloos in verenkleed, kleurrijk in zang. Moge hij jubelen tot het einde der tijden..

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.