De kraai

Gepubliceerd op 30 januari 2026 om 12:37

Er zal geen vogel zijn die meer onbegrip en walging ten deel valt dan de kraai. Niet geheel onterecht: Kraaien zijn aasvogels bij uitstek die in vroeger tijden lijken opaten op het slagveld. Leefde je nog, maar kon je niet bewegen door zwaardhouwen die tot een behoorlijk bloedverlies hadden geleid, dan moest je vrezen dat de meedogenloze zwarte vlerken je de ogen uitpikten om daarna te beginnen aan de rest.

Kraaien ruimen tot op de dag van vandaag kadavers op, wat hen de bijnaam 'doodgraver' opleverde. Andersom is ook waar: de doodgravers die de kist van de overledene naar diens laatste rustplaats dragen worden 'kraai' genoemd. Dat dragen van de kist ging overigens lang niet altijd zo netjes in het gelid zoals het tegenwoordig gaat; het was vroeger de gewoonte om in het huis van de overledene zowel de pastoor, de kapelaan en de kraai te vergasten op een flink glas ouwe klare en jenever is nu niet bepaald het beste middel om vervolgens met zessen in een rechte lijn te lopen.

De kraai komt veel voor in ons taalgebruik: Zo kennen we de uitdrukking “een vliegende kraai vangt altijd wat”. Een waarheid als een koe. Kraaien zijn voortdurend in beweging om hun kostje bij elkaar te scharrelen. Dit kunnen insecten zijn, etensresten, dode dieren maar ook hondenpoep wordt smakelijk naar binnen geschrokt.

We kennen ook: “Kind noch kraai hebben” maar dit spreekwoord verdient enige uitleg. Het betekent uiteraard dat je helemaal niets meer bezit, geen nageslacht, zelfs geen 'kraai'. De 'kraai' in dit spreekwoord is echter niet de zwarte vogel waar we het hier over hebben, maar een haan. Bijna iedereen had in de Middeleeuwen een haan op het erf. Het beest was immers de wekker, die de boeren wakker maakte om te gaan werken op het land. Wie geen kind had en zelfs geen haan, had werkelijk niets meer.

Anders dan zijn neven roek en kauw, is de zwarte kraai geen koloniebroeder. Een koppeltje kraaien maakt een groot bolvormig nest hoog in een boom met een legsel van gemiddeld vier eieren.

Zwarte kraaien staan bekend om hun hoge intelligentie. Zij kunnen gezichten herkennen en vergeten deze vervolgens nooit meer. Als een enkele vogel slecht is behandeld door een mens, dan 'vertelt' hij dit aan zijn mede-kraaien en zo krijgt elke kraai een hekel aan de snoodaard. Samenspannen optima forma.

Als een kraai de dood vindt, dan wordt de vogel omringd door de groep (een groep kraaien heet een moord) en ze proberen uit te vissen waardoor hun gevederde broeder of zuster de dood heeft gevonden. Komen ze tot de conclusie dat het een roofdier was, dan zullen ze niet rusten vooraleer ze de vos, kat of roofvogel achterhaald hebben om hem vervolgens weg te jagen. Wie de film “The Birds” van Alfred Hitchcock gezien heeft, kan zich indenken hoe het roofdier in kwestie zich gevoeld moest hebben, toen de moord hem in het snotje kreeg…

De zwarte kraai mag dan niet erg geliefd zijn, een plek als Recreatiepark de Lork heeft dit soort natuurlijke opruimers wel hard nodig. Als elk dier dat er sterft zou blijven liggen wordt het een rommeltje, om over de stank nog maar te zwijgen. En de dood hoort bij het leven nietwaar?

De zwarte kraai is een vogel die uit ons recreatiepark niet weg te denken is, al herinnert zij ons aan een duister verleden, waarin zij als aasvogel gehaat werd, terwijl onze echte afkeer eigenlijk zou moeten liggen bij de pest, de oorlog en de armoede. Edoch het is makkelijker om een zondebok aan te wijzen, dan bij onszelf te rade te gaan.

Het leven leert ons wijze lessen. Het wordt eens tijd dat we gaan luisteren, vooraleer we afstevenen op deze nakende waarheid: “Recreatiepark de Lork? Hee, daar kraait geen haan naar.”

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.