Het sijsje

Gepubliceerd op 24 november 2025 om 15:09

Weet u nog die dag, die dwaze dag waarop wij onze wagen hadden volgeladen, met ouwe wijven? Er was vrijwel meteen paniek in de tent, want kijven dat ze deden! Toen maar ouwe mannen geprobeerd, maar zij begonnen al vrij snel samen te spannen. Weer mis dus! Edoch: driemaal is scheepsrecht, want de jonge meisjes gedroegen zich voorbeeldig en zij zongen weldra zoals de mooist zingende vogels van de Lork: Sijsjes.

De sijs of het sijsje is een vogel die weliswaar af en toe in ons land broedt, maar vooral in de winter in flinke groepen hiernaartoe komt. Op de Lork, waar een aantal naaldbomen staat, is het sijsje vooral geïnteresseerd in de zaden van de lariksen. Dat voedsel lust ze graag en vormt ook een belangrijk deel van haar dieet.

Het sijsje was in vroeger tijden zo populair als kooivogeltje dat er zelfs stropers waren die niets anders deden dan sijsjes vangen, de zogeheten sijsjeslijmers. Zij vingen de vogeltjes door hen letterlijk vast te lijmen. Om lijm te kunnen maken werd lijnolie verhit tot het in brand vloog. Dit proces stonk werkelijk een uur in de wind, dus het werd in het buitengebied gedaan, ver van huis en haard verwijderd. Als de lijm voldoende kleefde, kwam de lijmstok eraan te pas. Dit was een lange dunne stok, aan het uiteinde verlengd met een breinaald, waarop de lijm werd aangebracht. De stroper sloop vervolgens voorzichtig naar de boom of struik waarin sijsjes zaten, liet de paal langzaam omhoog glijden en mikte vervolgens de breinaald tegen een vogeltje aan, uiteraard een mannetje daar het vrouwtje niet zingt. Het onfortuinlijke vogeltje plakte vast en werd, eenmaal naar beneden getrokken, in een zakje gestopt. De lijm werd van het verenkleed verwijderd door er houtas uit de kachel op te wrijven. En dan ging het beestje voor een aantal stuivers van de hand.

Sijsjes lijmen mag allang niet meer. Het sijsje is inmiddels een beschermde vogel, maar dat wil natuurlijk geenszins zeggen dat het ook niet meer gebeurt. Er is vast en zeker nog heel wat oude stroperskennis overgebleven bij de oudere generatie die met lede ogen de ene na de andere traditie verloren ziet gaan. Wat wij nu zien als dierenmishandeling was vroeger een heus ambacht dat zeker vierhonderd jaar terug in de tijd gaat, op vaderlandse bodem. Je had het 'vak' niet zomaar een-twee-drie onder de knie. Andere vogels, zoals lijsters, werden ook 'gelijmd' maar vaak met maretak, een kleverige plant die zelfs de bijnaam 'vogellijm' draagt. Het koken van lijnolie, die men toch nodig had om hout te impregneren, was een stuk laagdrempeliger; men hoefde niet op zoek te gaan naar de maretak.

Ik vraag me af of de meisjes die zongen als sijsjes zich ook zo makkelijk lieten lijmen. Verstandige meisjes hebben doorgaans die eigenschap niet. Zij zingen lustig, maar zij laten zich niet zomaar verleiden om op het stokje te gaan zitten. Daar is een andere oude traditie voor nodig: de hoffelijkheid. Het is te hopen dat dit 'ambacht' nimmer verdwijnt...

 

Reactie plaatsen

Reacties

Ilse
2 maanden geleden

Wat een prachtig en leerzaam verhaal wederom!

Wim
2 maanden geleden

Mooi verhaal weer. Thierry.

Gerlinde
2 maanden geleden

Sijsjeslijmers; weer een nieuw woord geleerd. Dank je wel Thierry voor weer een leuke en leerzame blog.