In 1568 schilderde Pieter Bruegel de Oude 'De ekster op de galg'. Op dit schilderij vinden we de natuur in al haar weidsheid, met groene en gele tinten lover, de uitgestrekte velden op de achtergrond. Tegelijkertijd dansen en brassen er de boeren in onbezonnenheid. Midden op het canvas staat een galg en er bovenop zit een ekster. Deze babbelziekte vogel staat symbool voor de roddel en achterklap die er destijds leefde onder de mensen en die menige onschuldige ziel liet hangen. Bruegel had hier een behoorlijke weerstand tegen, dus liet hij de ekster zelf op de galg plaatsnemen; het is namelijk de roddelaar zelf die zou moeten hangen. In het taalgebruik van die tijd kende men zelfs het spreekwoord “hij heeft van een ekster gegeten” om roddelaars aan te duiden.
Het woord 'ekster' betekent zoveel als 'vogel met een spitse staart en inderdaad heeft de ekster een lange zwarte staart, met olieachtige weerschijn, die vooral tijdens de vlucht goed te zien is.
Het hardnekkige volksgeloof dat eksters alles wat blinkt en glimt verzamelen, verstoppen of mee naar het nest nemen, vereist enige nuancering: Dit gedrag komt enkel voor bij jonge eksters. Waarom? Wel, zij moeten nog leren wat eetbaar is en wat niet dus verstoppen of pikken zij alles wat opvalt. Dat opvallen beperkt zich niet tot zilveren lepels en glimmende horloges. Zou een jonge ekster langs een veld korenbloemen hippen waar een enkele paardenbloem in groeit, deze gele enkeling tussen een zee van blauw zou door hem meegenomen worden. Ook een rode dop van een colafles op een hagelwit grindpad is al gauw het haasje. Omdat wij mensen uiteraard een veel groter probleem zien in de diefstal van onze waardevolle spulletjes, zijn we ons uitsluitend daarop gaan richten en zo werd de ekster al snel tot 'zilverdief'. Feitelijk is hij dus de alles-wat-opvaltdief.
Ekstermannetjes en -vrouwtjes zijn lastig van elkaar te onderscheiden, behalve op het nest. De vogel die op het grote bolvormige nest zit is altijd het vrouwtje. Voordat ze zelfs maar eieren heeft, vertoont zij ten opzichte van het mannetje bedelgedrag. Soms door slechts kirrende geluidjes te maken, soms met opengesperde snavel; een beeld dat het mannetje de weken erna veelvuldig gaat zien als zowel zijn vrouwtje als zijn kroost volledig op hem vertrouwen om voedsel aan te slepen. Geen zorgen, hij had een goede voorbereiding, dankzij zijn dame.
Terug naar Bruegel. Babbelen eksters echt zoveel? Zeker. Sterker nog, eksters schelden, maar niet tegen iedereen. Eksters zijn pientere vogels die in staat blijken mensen te herkennen en dan vooral mensen die hun nest bedreigden. Als een vreemde zich in de nabijheid van hun nest begeeft, door bijvoorbeeld in een boom te klimmen, dan zullen zij wegvliegen, maar ze herinneren zich wel zijn gezicht. De volgende keer wanneer deze zelfde persoon weer nadert, vliegen zij niet weg, maar gaan ze hem uitschelden. Hun normale gekwetter verandert en de goede man, die enkel een dode tak uit de boom willen kappen, krijgt een heuse scheldkanonnade over zich heen. Ook als hij weer weg gaat zullen de eksters hem nog een tijdje volgen en hem vanuit de boomtoppen vocaal zijn vet geven.
De ekster is ook één van de weinig vogels die zichzelf in de spiegel ziet en niet het evenbeeld interpreteert als een rivaal of een andere vogel. Toch dekt deze spiegeltest niet helemaal de lading; wie in de spiegel zijn rechterarm opheft, ziet het spiegelbeeld de linkerarm optillen. Edoch: toch wijst dit op intelligentie bij de kraaiachtige vogel.
Wat wil Pieter Bruegel ons leren? Hij verafschuwde de roddelaars die met hun gespleten babbelziekte 'ghetongen' zoveel dood en verderf veroorzaakten. De ekster was een duivelsgezant en hoorde zelf de dood te vinden, zoals hij deze anderen aandeed. Maar onze goeie ouwe Pieter kende het Recreatiepark De Lork niet. Het was er ook nog niet, maar mocht hij in de gelegenheid er geweest zijn, hij zou een plek gevonden hebben zonder scheldende eksters, zonder roddel en achterklap. Een vredige groen en geel getinte wereld waar de spitsstaarten enkel schittering vinden in de ogen van verwonderde chaleteigenaren. Dit park behoeft geen galg. De eksters komen hier ogen te kort; wie goed kijkt ziet zo veel opvallende dingen; dat alles is, zelfs voor een ekster, niet aan te slepen..
Reactie plaatsen
Reacties